Slagschaduw is een fenomeen dat heel typisch is voor windturbines. Slagschaduw ontstaat als de hele zon of een deel ervan wordt bedekt door de bewegende wiek. Als je dit vanop een vaste plek observeert is het net of het licht aan en uit gaat, al is dat een overdrijving. Er blijft immers altijd nog een heel groot aandeel diffuus omgevingslicht aanwezig. Slagschaduw wordt uitgedrukt in het aantal uren per jaar dat dit knipperlichteffect voorkomt. Om slagschaduw te berekenen wordt gespecialiseerde software gebruikt. Deze software berekent eerst de slagschaduw in de slechtst denkbare situatie: als de zon altijd zou schijnen. Helaas zit de zon maar al te vaak verstopt achter wolken en op die momenten is er natuurlijk geen slagschaduw. De windrichting is evenzeer belangrijk: als de windrichting dwars op de zonnestralen staat, dan zal de slagschaduw beperkt zijn tot een smalle strook, maar als de wind in de richting van de zonnestralen staat, is er meer slagschaduw. Dankzij de gegevens van het KMI, die ons vertellen hoe vaak de zon bedekt is door wolken, kan een realistische waarde voor het aantal uren slagschaduw worden berekend.
Wanneer is slagschaduw een probleem?
Slagschaduw hoeft niet per se een probleem te zijn. Als er aan de zonnekant geen ramen zijn of als men in die ruimtes niet komt, als de ramen geblindeerd zijn,... dan is er uiteraard geen probleem. Sowieso komt slagschaduw op huizen (verder dan 250 meter) vaak enkel voor in de heel vroege of heel late uren. Bovendien zal slagschaduw in de zomermaanden niet voorvallen.
De lijnen in de grafiek onderaan verbinden punten waar respectievelijk 10, 20, 30, 40 en 50 uren per jaar schaduw te verwachten is.
